Adrenaline vlucht

We rijden dankbaar weg uit New Orleans. Nagenietend van alle mooie gesprekken, inzichten, muzikale momenten en excentrieke mensen. Na acht uur rijden komen we aan in Houston. We brengen onze huurauto terug, stappen in de Airport Shuttlebus naar de juiste terminal en alles lijkt vlekkeloos te verlopen. Tot we bij de incheckbalie van Singapore Airlines staan. “Heeft u een visum voor Vietnam?”, vraagt de ietwat verlegen jongeman achter de balie. “Nee”. “Heeft u dan een goedgekeurde aanvraag voor uw visum?” “Nee”. De jongen kijkt ons verontwaardigd aan en roept er een dame met duidelijk meer ervaring bij. Zij stelt de vragen nóg een keer en wij moeten haar - net zoals de jongeman - teleurstellen met twee keer nee. Ze loopt zorgelijk naar haar superior en aan hun non-verbale taal kunnen wij lezen dat we slecht nieuws voor onze kiezen krijgen. Ondertussen breekt het zweet mij uit. Ik kijk Daniel aan en hij stelt mij gerust met een plan. De dame komt met haar superior onze kant op en hij neemt het over. We mogen zonder visum niet het vliegtuig in, is zijn boodschap. NEE, denk ik. “Mogen we dan mee vliegen tot Singapore?”, vraagt Daniel opgewekt. “We hebben tenslotte twee enkeltjes en we reizen net zo lief over land door naar Maleisië”. De man blijft uiterst professioneel en stelt ons op de hoogte van het protocol; we mogen niet mee. Ondertussen kletst Daniel geanimeerd door en hij neemt de man mee in ons reisverhaal. De man loopt even weg en komt na een paar minuten terug met de verlossende woorden: “Oké, jullie mogen mee tot Singapore”. Hij is bereid het protocol te breken, Daniel doet een vreugdedansje en ik moet nog even wennen aan het nieuwe plan. 

Bij de terminal worden we verwelkomt met een optreden en een uitgebreid buffet. Singapore Airlines vliegt naar Vietnam met voor het eerst een tankstop in Manchester. Het boarden duurt daarom iets langer dan gepland en dat geeft Daniel voldoende ruimte voor zijn tweede masterplan: we vragen een spoedvisum aan. Al wandelend naar het vliegtuig vult Daniel met één hand de online formulieren op zijn laptop in. Ik draag Daniel zijn veel te zware fototas en vlak voordat alle elektronische apparaten in het vliegtuig uit moeten, sturen we de online formulieren op. We kijken elkaar vol verwachting aan, kruisen onze vingers en glimlachen even naar boven voor het geval daar iemand toch de touwtjes in handen blijkt te hebben. Het vliegtuig stijgt op en de komende acht uur kunnen we niets doen, behalve films kijken, slapen en genieten van de absurde luxe van Singapore Airlines. 

In Manchester blijkt dat we onze visa binnen hebben. JEEEEH! Daniel opent het document en het is stil… Hij begint te fronsen en haalt een hand over zijn hoofd. “Ik heb Maartje Grond ingevuld, in plaats van jouw volledige naam zoals in je paspoort”. Opnieuw breekt het zweet me uit en Daniel begint direct te bellen met het visumbureau in Vietnam. De verbinding is slecht en de mensen aan de andere kant van de lijn moeten nog een cursus klantvriendelijkheid krijgen. Daniel spreekt in totaal drie mensen en tussendoor racen we door de security check. We moeten het formulier nóg een keer invullen. Het is tenslotte onze eigen fout, maar omdat de spoed inmiddels twee uur betreft in plaats van één werkdag kost het nu $129,-. Eigen schuld, dikke bult. 

In gedachte heeft Daniel alle drie de werknemers door de telefoon getrokken en door elkaar geschud. Hij gunt hen geen stuiver meer, dus we besluiten vlak voor vertrek mijn visum te laten voor wat het is en we gaan alsnog proberen Vietnam in te komen met de visums die we nu hebben. Lang leven het avontuur! We stijgen voor de tweede keer op en dit keer mogen we dertien uur genieten van alle filmpjes en de luxe van Singapore Airlines. Onderweg maken we de purser wijs dat wij onze visa hebben geregeld en hij ons op de hoogte van de procedure om alsnog door te vliegen naar Vietnam. Op Singapore hebben één uur en drie kwartier de tijd om drie dingen te regelen:

  • We moeten opnieuw inchecken.
  • We moeten zorgen dat onze bagage mee komt. 
  • We moeten onze goedgekeurde visumaanvraag printen. 

Vlak voordat we op Singapore landen staan we al in de startblokken. Het lampje ‘gordel vast’ gaat uit en we springen van onze stoel. Glimlachend en met een hoop pardon, piep ik met m’n blije blonde krullen langs alle mensen die hun bagage pakken, langs het gesloten gordijn van de business class- we moeten eigenlijk wachten tot alle mensen daar uitgestapt zijn - en we beginnen te rennen. Net op tijd springen we de zelf rijdende trein in richting Terminal 2. We rennen door naar balie E, want daar zit het transferteam. Hijgend neemt Daniel de jongeman achter de balie mee in punt 1, 2 en 3. Hij glimlacht lief en zegt: “Allright, that’s no problem”. Toch durven we nog niet te juichen omdat mijn naam onvolledig op de aanvraag staat. 

De jongeman checkt ons in, regelt onze bagage en print de aanvraag uit. Hij checkt alle gegevens, lijkt even te twijfelen, maar keurt het goed. Hij print onze vliegtickets uit en wenst ons een goede vlucht. We lopen naar de juiste gate, mét onze vliegtickets en het we wanen ons op een roze wolk. HET IS GELUKT! HET IS GELUKT! HET IS GELUKT! We omhelzen elkaar, we zoenen en we kunnen zelfs nog even naar het toilet om onszelf een beetje op te frissen. 

Na anderhalf uur landen we op Vietnam. We vullen ter plaatse alle benodigde formulieren in bij het visum locket en we wachten… Na twintig minuten worden onze namen omgeroepen. Een vriendelijke dame geeft onze pasporten terug, we lopen door de douane, naar buiten en we worden verwelkomt door een muur van vochtige hitte. Wij zijn er. We did it! 

 

Wander the World With Us. 

Overweldigd in New York City!

Een grotere tegenstelling na ons verblijf in IJsland is haast ondenkbaar: de lege vlaktes versus de dichtbebouwde straten van New York. De directe communicatie van de IJslanders versus de Amerikaanse ‘beleefdheid’. Onze Volkswagen Polo versus het uitgebreide OV netwerk onder de grond. Alles is anders, tot in het extreme! Een tegenstelling die naast de praktische óók mentaleworstelpartijen met zich mee bracht. Zowel Daniel als ik hadden na IJsland al moeite met het gebrek aan persoonlijke ruimte en New York heeft daar een interessant schepje bovenop gedaan. 

New York is groot, veel, overweldigend en extreem. Het is dé stad voor prikkeljunkies. Overal gebeurt iets. Het verkeer raast als een dolle door de stad óf alle auto’s staan vast in de file en dan klinkt er zonder uitzondering een luid claxon orkest. De hoeveelheid eetstalletjes en horeca gelegenheden langs de weg zijn niet te tellen en overal proberen propers je een toeristenbus in te krijgen. De stoep is bekleed met massa’s mensen en langs de rand, op de grond, liggen bedelaars die vragen om ‘medemenselijkheid’ - geld. Een enkele fietser durf het aan om tussen de auto’s door te slingeren, maar de meeste automobilisten zijn het daar niet mee eens. De fietsers zijn volgens hen de wratten op de weg en verdienen dus ook een luid claxon orkest. 

Ivo, de jongere broer van Daniel, was aan de start ook een paar dagen in New York. Een super leuke toevalstreffer. Hij is manager van Dirtcaps - een succesvol Nederlands DJ duo - en zij hadden in dezelfde periode als wij een week in de grote stad ingepland voor werk. Een ontmoeting met hen kon natuurlijk niet uitblijven en waarom gaan wij als échte Nederlanders dan niet fietsen? Precies. Zo gezegd, zo gedaan. Gelukkig hadden wij als toeristen een soort immuniteit, waardoor wij niet als wratten op de weg werden begroet met een claxon orkest. Toen Ivo weer terug vloog naar zijn gezinnetje in Haarlem en de broers elkaar dit keer voor het eggie gedag moesten knuffelen, kwam er een kamer vrij in de Airbnb van de Dirtcaps. En waarom een vrije kamer onbenut laten? Precies, dat zou zonde zijn! Wij als wanderers weten daar wel raad mee. Daarnaast hebben we een kijkje achter de schermen mogen nemen van het leven van deze twee mannen. Daniel heeft ze een aantal dagen gevolgd en hij heeft daar een prachtige reportage over gemaakt, inclusief een geschreven verhaal. 

Naast die ene wilde fietstocht met Ivo, hebben Daniel en ik vooral héél véél gewandeld op onze Allstar wereldstappers. Van downtown Manhattan tot Central Park en Harlem. Niet in één dag, maar we zijn een heel eind gekomen. Lange afstanden geschikt voor lange gesprekken, want hoe zit het met die persoonlijke ruimte? Hoe gaan we dat in vredesnaam regelen? Daniel kan niet dwalen en gedachteloos fotograferen op straat als ik naast hem loop en ik kan niet mijn fantasiewereld betreden als Daniel naast mij loopt. Een moeilijke situatie, want we kunnen niet altijd spitsen én we willen allebei graag delen. 

De wandelingen langs het water waren echter een vermakelijke afwisseling van onze gesprekken. Los van het uitzicht over het water met de drie beroemde bruggen (Manhattan Bridge, Brooklyn Bridge en Williams Bridge) en de stad daarachter als een ansichtkaart, hebben we genoten van alle joggers. Langs het water rent dé jogger community van New York City in grote getale heen en weer. Soms hijgend en sloffend, maar de meeste zijn topfit. Het is een soort parade van hippe sportpakjes en mooie lichamen. Op en top eye-candy, zowel voor mannen als vrouwen en liefhebbers van beide. 

Daarnaast hebben we ons laten meenemen door verschillende toffe mensen. Jocelyn heeft ons Williamsburg (een hippe buurt in Brooklyn) laten zien. Sara heeft ons meegenomen met de gratis ferry over het water langs het vrijheidsbeeld; een hilarisch heen en weertje, waarbij we zeker niet de enige waren met dit briljante plan. En Fara heeft ons vooral Manhattan laten zien, want volgens hem heb je een ‘visum’ nodig om naar Brooklyn af te reizen. Haha, typisch! 

 

Fara is een oud-reisgenoot van Daniel en datzelfde geldt voor Jocelyn. Ze hebben met z’n drieën door Burma gereisd. Fara heeft ons de laatste nacht opgevangen op de 21ste verdieping, midden in Manhattan, recht boven zijn yogastudio ‘OM Factory’; de plek waar ik voor het eerst Aerial Yoga heb gevolgd. Wat een geweldige ervaring! Het is de perfecte vorm yoga voor stijve lijven en speelse types. Ik vond het heerlijk om sierlijk door de lucht zwieren én tegelijkertijd mijn lijf te stretchen terwijl ik ondersteboven in een soort hangmat hing. Daniel werd echter zeeziek.

Nu gaan we richting Nashville. Weer een nieuwe ervaring met hoogstwaarschijnlijk nieuwe inzichten. Vanuit huis bedenken wat je gaat doen, is echt iets anders dan ‘onderweg zijn’. We moeten continu ons oorspronkelijke plan bijstellen en daarbij krijgen we gelukkig veel hulp van het thuisfront (dankjewel Nils Roemen, Annette Dölle en Cat Calnot). Dankzij hun liefdevolle feedback en vragen blijven we ons plan kritisch onder de loep nemen. Ondanks mijn onuitputtelijke optimisme, sta ik soms met mijn handen in m’n haren: waar zijn we aan begonnen? Verhalen maken, waarbij we óók onze basis (slapen, eten en drinken) moeten regelen, is een uitdaging. Daarnaast hebben we een enorme behoefte om de diepte in te gaan en kernachtig bezig te zijn met thema’s als gelijkheid, overvloed, delen, liefde en andere maatschappelijke kwesties. En dit willen we vervolgens samen doen. Geen wonder dat we worstelen met een gebrek aan persoonlijke ruimte. Is het plan haalbaar? Geen idee, we zijn in ieder geval onderweg…. 

 

Wander the World With Us.

Swifferprinces

We zitten momenteel in het huis van Jocelyn; een super vriendelijk en leuk ex-reisgenootje van Daniel van toen hij in 2012 door Burma reisde. Jocelyn woont sinds een ruim jaar samen met Chris - haar artistieke vriend die zich bezighoudt met design en fine art - en de hond van Chris: Leah. Een kleine, witgrijze, pluizige viervoeter met krullen en een staart die lijkt op een swiffer. Maar Leah is niet zomaar een hond. Leah is Leah, een heuse princes!

Leah is de allerbeste vriendin van Chris. Ze staat op nummer één, boven elk willekeurig ander wezen. Ze is zijn steun en toeverlaat en zo wordt ze ook behandeld; met respect, liefde, aandacht. Ze deelt haar eerste plek met niemand anders en dat geeft haar een machtige positie. Iets waar ze zichzelf ook wel eens in onderschat als ze andere - véél grotere honderden - probeert te intimideren met haar pluizige voorkomen. Trots trippelt ze na haar schijnaanval verder en je hoort haar haast denken: zó, zag je dat? Hij schrok zich kapot!

Zo ongeveer één keer per twee weken krijgt Leah een wellness behandeling. Dan worden haar krullen in de gootsteen gewassen met shampoo en daarna verzacht met conditioner. Ze ondergaat het moeiteloos en daarna verplaatst het ritueel zich naar de badkamer. In bad - met het douchegordijn gesloten - krijgt Leah de kans om haar krullen uit te schudden. Daarna wordt ze geföhnd. Ze geniet er zichtbaar van en Chris en Jocelyn overigens ook. Het is een intiem ritueel om te zien. Chris zit op de grond met een handdoek en borstelt voorzichtig de natte krullen van Leah en Jocelyn heeft de föhn in haar handen. Terwijl Leah kwispelend in het rond draait, blaast Jocelyn de warme lucht richtig Leah. “Look, she’s so fluffy!”, zegt Chris enthousiast terwijl ik het ritueel bijwoon. 

Maar zo moeiteloos als Leah de douche ondergaat, zoveel weerstand heeft ze tegen de regen. “She doen’t like the cold raindrops”, vult Chris hierop aan. Daarom heeft Leah een kanariegele regenjas met capuchon en een pikant roesje aan de onderkant. Natuurlijk, waarom ook niet. 

Momenteel zijn Chris en Jocelyn op vakantie naar Italië, dus de enorme verantwoordelijkheid over Leah rust nu tijdelijk op onze schouders. Iets waar als vrije reizigers eigenlijk niet zoveel mee hebben, maar Leah heeft ons hart verovert. Terwijl ik zit te werken, komt ze vaak even buurten of graaft ze een zogenaamd gat naast mij in de bank. Ze stoeit graag met kussens op de bank en zo af en toe zien we een witte krul boven de berg kussen uitkomen. Met haar twinkelende oogjes kijkt ze dan even op en daarna koelt ze weer verder.

Zelfs Daniel vermaakt zich stiekem met Leah. Dan zie ik hem plots met haar kletsen of ze doen een klein dansje samen. Best een mooi gezicht, zo’n grote getatoeëerde man met de kleine, pluizige swifferprinces. 

Aanstaande vrijdag reizen we verder richting Memphis, Nashville en daarna New Orleans. Het moment waarop we Leah en New York City gedag zeggen. 

 

Wander the World with Us.

Ogenschijnlijke toevalligheden

Toen we aankwamen in IJsland hadden we werkelijk geen idee wat onze volgende stap zou zijn. Eerst maar een lift naar Reykjavik regelen en dan bedenken we onze volgende stap, was het plan. Achteraf gezien zijn wij erg onder de indruk van hoe de week zich voor onze voeten heeft mogen ontvouwen. Simpelweg door ontvankelijk tegenover het avontuur te staan en kansen te zien. Uiteindelijk blijkt deze week hét voorbeeld van Wander the World With Us voor ons te zijn.

In een gesprek tussen Daniel en Bas Schweizer, is IJsland op onze radar verschenen en kort daarna heeft een samenwerking met Iceland Air en Travelbook Magazine, ons daadwerkelijk naar IJsland gebracht. Een samenwerking waar wij enorm dankbaar voor zijn, want het eiland heeft ons hart gestolen. Het is onbeschrijflijk mooi en mystiek door de ruwe, uitgestrekte vlakten met onheilspellende luchten en verlaten wegen.

Maar IJsland is ook groot. Groter dan we aanvankelijk dachten. Een typische conclusie voor twee mensen waarbij ieders kracht in het moment ligt en niet in de voorbereiding. Eén week was dus ietwat krap om de verhalen voor Travelbook Magazine te maken én wat van het eiland te zien. Wij hebben dit probleem opgelost door vooral veel rond te rijden in onze Volkswagen Polo en op zoveel mogelijk plekken te stoppen voor een ‘kijk-en-opsnuif-moment’, een interview, foto of 360º filmpje. Een prachtige rondreis met adembenemende uitzichten.

We hebben zelfs een tussenstop gemaakt bij Myvatn Lake. Een natuurlijke, warm water bron à 40 ºC waar we heerlijk in hebben gebadderd. Jammer genoeg ruikt het IJslandse warme water naar rotte eieren - een geur waar je gewoonweg niet aan went - maar zolang je door je mond ademt, ruik je niets. Zo makkelijk is het. 


Op het gebied van onderdak waren Jón en Auja bereid ons de eerste nacht op te vangen en uiteindelijk hebben we de hele week - op verschillende locaties - bij dit IJslandse wonderstel (waar binnenkort een verhaal over verschijnt) mogen verblijven. We hebben met hen gegeten, gedronken en ze hebben ons geholpen met tips en adviezen voor onze road-trips. Ongelooflijk hoe zo’n week uiteindelijk uitpakt! Ik durf zelfs te zeggen dat we er een mooie band aan hebben overgehouden. En dit alles omdat Helene Wiesenhaan toevallig langs Native in Haarlem liep en ons in contact heeft gebracht met Jón en Auja.

Zo heeft Hugo Crul in basis voor warme kleding gezorgd. Hij heeft een tijd geleden training gegeven aan een IJslands bedrijf in ‘onderhandelen’. Een van de mensen in die training was Elva. Een extreem vriendelijke, IJslandse, jonge vrouw die ons niet verder liet reizen zonder een IKEA-tas vol wollen kleding. En haar vriend Àsgeir heeft ons vermaakt met zijn smeuïge verhalen. 
Een wonderlijke aaneenschakeling van ogenschijnlijke toevalligheden, die allemaal hebben bijgedragen aan deze week.

Het is ongelooflijk fijn om te merken dat Daniel en ik hierin volledig op één lijn liggen. Tot in het diepst van ons hart geloven we dat alles en iedereen met elkaar verbonden is. Deze week is daar een perfect voorbeeld van. 

 

Wander the World With Us. 

Dwalend thuiskomen

Onze eerste 'live guest wanderer' heeft met ons meegereisd. En nog mooier, ze heeft er een prachtig verhaal over geschreven. Zo heeft Annette zomaar twee primeurs te pakken: Als eerste met ons mee dwalen en als eerste gast blogger op onze site!

De camper start niet. Al een paar keer niet. En als wij vandaag nog van Drenthe naar Haarlem willen rijden, zal er gauw iets magisch moeten gebeuren. Daniel zit met een grote glimlach achter het stuur en draait voor de zevende keer het sleuteltje van het grote witte voertuig om, terwijl ik op het gras naar de motorkap sta te turen (waarbij ik hard mijn best doe om een elfje onder het metaal door te laten dansen, zodat ze met wat sterrenstof haar werk kan doen). Binnen in de camper sluit Maartje alle kastjes van hun tijdelijke thuis. Daan probeert het nog eens. En nog eens. Maar na een paar seconden ronkende geluiden, slaat de motor steeds weer af en horen we enkel de stilte van het bos. 

De afgelopen dagen hebben we in Drenthe een nazomers festival gevierd met driehonderd lieve mensen. Vandaag eindigt het festival. Dit is ook het moment dat de reis van Daniel en Maartje verder trekt. Op weg naar IJsland. Maar dan moeten we eerst wel dat bos uit. Terwijl de motor nog steeds afslaat, kan ik de opmerking dat we nu 'voor altijd in het bos blijven' niet onderdrukken. Daan lacht. Maartje hoort me niet eens. Die is vertrokken in haar eigen wereld. Daar waar alles mag zijn en niet zijn - op hetzelfde moment. Ze zucht niet eens, vertrekt geen spier, maar beweegt haar slanke lichaam het afgelopen half uur slepend voort. Haar benen dragen haar van A naar B en gewillig laat ze zich mee voeren. 'Gaat het goed?' vroeg iemand haar net, toen ze afscheid namen. Ze had met een volmondig 'Nee' geantwoord. Om er daarna zorgvuldig aan toe te voegen dat dat over vijf seconden weer helemaal anders kon zijn. De ander had bedenkelijk geknikt, terwijl Maartje terug ging naar de kastjes in de camper. 

Natuurlijk blijven we niet voor altijd in het bos. Niets blijft voor altijd. Dus ook dit niet. Als na de elfde keer de motor eindelijk draait en we juichend instappen, doet Maartje een dansje op de bijrijders stoel. Haar gezicht is omgeslagen en stralend slaat ze haar armen om Daan heen. We tuffen traag het boslaantje af, toeteren terwijl er niemand staat - maar dat maakt niet uit - en maken honderd foto's om het vast te leggen. Plotseling realiseer ik me dat dit geen gewone lift is. Hun avontuur is begonnen. En. Ik mag een stukje mee. Wat begon als een simpele lift van Drenthe naar Haarlem is opeens veranderd in een reis. 'Mee-rijden' is opeens 'mee-reizen' geworden en wat ik nooit had kunnen bedenken gebeurt. 

De weilanden van Drenthe veranderen in een buitenlands landschap. Met groenere bomen en weidsere uitzichten. We zeggen gedag tegen de paarden. Tegen de huizen en het gras. De dorpjes langs de weg maken me plotseling nieuwsgierig. Terwijl ik hier honderden keren ben langs gereden. De route oogt eindeloos en de tijd verdwijnt. Kairos neemt alles over. We kletsen wat. We mijmeren. Over de afgelopen dagen, de ontmoetingen en inzichten die we op deden. Het is alsof we op vakantie gaan en nooit meer terug komen. 'Laten we stoppen!' roept opeens iemand. 'Ja!' zegt de ander. En voor ik het weet staan we stil op een parkeerplaats. Zo'n eentje waar je ook stopt als je op reis bent naar Zuid Frankrijk. Dat doen wij nu, terwijl we de landsgrenzen van Drenthe nog niet eens gepasseerd zijn. Inwendig moet ik lachen, maar ik besluit om mee te gaan in de romantiek waarin we beland zijn en zeg niets. We kopen kit-katten en cola bij het benzine station en gaan aan een kampeertafel in de schaduw zitten. We zeggen tegen elkaar dat de kit-kat smelt en dat de cola lekker is. Dan rijden we weer verder. Met de minuut wordt ik gelukkiger.

Bij Strand Nulde herhaalt het ritueel zich. 'Zullen we stoppen?' 'Ja, daar gaan we stoppen!' 'Ik weet een leuke plek!' 'Wat fijn, daar gaan we heen!' En hupsakee. Daar gaan we weer. Over een afstand van minder dan honderd kilometer houden wij nu onze tweede pauze. En ik vind het een genot. Mijn brein stribbelt een beetje tegen, maar de rest van mijn systeem gaat maar al te graag mee in het nieuwe tempo. Waarom moet altijd alles ook gehaast? Waarom zouden we doorrijden, als we ook een half uur aan een haventje in de Hollandse zon kunnen zitten? Wie heeft in hemelsnaam bedacht, dat alles snel moet. 

Dus we stoppen op een parkeerterrein vlakbij een camping. Dit keer halen we een broodje bij het benzinestation. En friet. En weer cola. Want dat is zo lekker als de zon schijnt. Met onze benen bungelend over het randje van de kade, zien we beneden ons in het water vissen zwemmen. Er liggen bootjes, waarvan we ons afvragen welke we kiezen zouden en langzaam vertragen we nog meer. Als we daarna verder rijden, voel ik me thuis zoals ik me ook voel als ik met mezelf op reis ben. Het thuis dat er altijd is, als alles klopt. Dat Daniel en Maartje er nu bij zijn (of beter gezegd: Nu ik bij hen ben), maakt het gevoel alleen maar fijner. In stilte rijden we daarna geruisloos naar Haarlem. Pas de laatste kilometers veren we weer op. Er nadert weer een afscheid. Terwijl ik vanaf het bankje achterin, naar buiten kijk en me in een andere wereld waan, zie ik voor me Daniel en Maartje zitten. Het ontroert, ik kan niet anders zeggen. Pas als je alles zijn mag bij iemand, als je geen enkele projectie van de ander dragen hoeft, of dingen op te lossen die niet over jou gaan, pas dan kan je thuis zijn met anderen samen. En dan wordt 202 kilometer in een camper opeens een wereldse reis.

Note. We nemen afscheid. Maartje en ik. Een knuffel. En nog één. En dan zeggen we dat de aarde heel klein is. En afstanden niet bestaan. Ik vertel haar wat ik in het bos zag. Haar weg met zichzelf en de situatie. Alsof ze alles dat gebeurt door een sluier-gordijn beschouwend toelacht en zacht fluistert: 'Mooi hè, je kut voelen.' 

Een avontuur op vier wielen

Noodgedwongen rijden we over een licht onverharde weg richting de watervallen, iets ten noorden van Reykjavik. Wij rijden met een slakkentempo - gemiddeld 30 km/h - over de kleine steentjes. Totdat we mysterieus geratel horen onder de linkerkant van de auto. “Dat kan maar één dingen zijn”, zegt Daniel. “Een lekker band!” En ja hoor, meneer Maissan heeft gelijk. Shit! 

Daar staan we dan. Te midden van de grote, wijde, onbewoonde natuur van IJsland. Het regent hard, de wind is venijnig koud en onze Volkswagen Polo heeft een lekke band. Een goed moment om even de benen te strekken en een natuurlijke ‘douche’ te vangen. 

Gierend van het lachen pakt Daniel de reserve band. “Wat een avontuur, zo in ‘the middle of nowhere’!” Ik pak ondertussen mijn camera leg het schouwspel vast. Rillend van de kou dans ik om Daniel heen terwijl hij écht mannenwerk verricht. Gelukkig duurt de wissel niet lang en kunnen we snel weer de warme auto in. 

We rijden op ons slakkentempo weer verder, maar er verschijnt al snel een oranje uitroepteken in het dashboard. De bandenspanning moet gecheckt worden. “HOE? We rijden in de middle of nowhere”, roep ik tegen de auto. Bij gebrek aan een antwoord van meneer Polo besluiten we terug te keren naar Reykjavik om de band te laten repareren. Doorrijden zonder reserveband én een oranje uitroepteken levert toch meer paniek op, dan goed voor ons is. 

Er hangt een lacherige en opgelaten spanning in de auto. Een spanning die bij Daniel op zijn lachspieren werkt. “Wat een avontuur!”, blijft hij glimlachend herhalen. Bij mij werkt dat anders. Spanning gaat meestal hand in hand met plassen. Maar aangezien er in ‘the middle of nowhere’ geen toiletpot is, moet ik me van mijn ‘wilde kant’ laten zien. Een beetje van IJsland en een beetje van Maartje. 

Eenmaal bij de garage wordt ons vertelt dat de band niet meer gerepareerd kan worden. Hij is volledig doorgescheurd en we moeten een nieuwe band kopen à 13.000 kronen. Auch! Daar gaat ons ‘low budget’ plan. Honderd dollar naar de filistijnen.

Ons humeur begint langzaam maar zeker synchroon te lopen met het weer: somber en onstuimig. 

Totdat we ons realiseren dat we de afgelopen dagen zóveel hebben bespaard op slapen en eten - dankzij de contacten van Helene en Hugo - dat de nieuwe band voor meneer Polo opeens iets minder pijn doet. 

Wander the World With Us. 

IJsland, ons pretpark

Het is ochtend en we liggen in een luxe tweepersoonsbed, op een eigen kamer. We horen een paar kippen op de achtergrond en we hebben geen idee waar we zijn. We kijken elkaar slaperig, half lachend aan en we zien elkaar denken: wát een verhaal! 

Ruim voordat we naar IJsland vertrokken hebben we her en der lijntjes uitgegooid voor slaapplekken, vervoer en lokale gidsen. Dat leek aardig te lukken en uiteindelijk hadden we via een collega fotografe van Daniel beet. Een wat oudere timmerman met een aantal loges en jeeps verspreid over IJsland. Hij was bereid ons op te halen van het vliegveld en ons vervolgens onder te brengen met een slaapplaats en auto. Echter, op de dag van vertrek, veranderde dat plan. “Schatje, we hebben een klein probleempje”, hoor ik Daniel zeggen. “Jon kan ons toch niet ophalen van het vliegveld omdat er een spoedklus tussen is gekomen.” Dus wij stapten het vliegtuig in en we hadden werkelijk geen idee wat onze volgende stap zou zijn. 

Na een voorspoedige vlucht, lopen we als twee kleine kinderen het vliegtuig uit. Alsof we voor het eerst naar een pretpark gaan. Verheugend op wat komen gaat en tegelijkertijd doen we het in ons broek. Even later staan we buiten, op het vliegveld van IJsland. “Eerst even een sigaretje in het zonnetje”, stelt Daniel voor en we gaan zitten. Na een kort momentje van bezinning besluiten we Jon te bellen voor advies. We hebben tenslotte zijn nummer. Door de telefoon blijkt dat hij niets snapt van ons plan-loze avontuur. Mede door de snel veranderende weersomstandigheden, is het volgens de IJslanders raadzaam om goed voorbereid op pad te gaan. Na een kort gesprek stelt Jon voor om hem rond 21:00 te bellen en dan haalt hij ons op, zodat we bij hem thuis kunnen slapen. Op dat moment is het 15:30, dus de middag is aan ons. 

Daniel begint plots over liften naar Reykjavik en ik zie mijzelf kort daarna naar de eerste de beste auto lopen. “Excuse me, are you going to Reykjavik? Is it possible for me and my boyfriend to join?” De dame kijkt mij vriendelijk aan en zegt: “Of course, no problem!” Giebelend stappen we bij Hildur en haar zoon Einar in en we wanen ons direct in een super coole film. We kletsen uitbundig en we krijgen een kleine spoedcursus over IJsland en de IJslanders. We krijgen zelfs een opmerking over onze all-stars, omdat IJslanders te herkennen zijn aan het ontbreken van bergschoenen. Dat is meer iets voor toeristen, zegt Hildur lachend. Dus volgens haar beginnen we goed! 

 

Na een ritje van grofweg driekwartier, worden we afgezet bij - volgens Einar - de lekkerste burgertent van IJsland: Tommi’s Burger Joint. We lopen een klein barretje binnen, behangen met filmposters en kindertekeningen en we bestellen twee keer ‘The speciale offer’. We genieten met volle teugen en we hebben zelfs een 360º filmpje gemaakt! 

 
 

Rond 21:00 bellen we Jon en hij wil ons ophalen bij een centraal busstation. Vierduizend kronen lichter arriveren we bij het busstation en niet veel later zien we een enorme landrover met trailer naar ons toe rijden. Een vriendelijke, wat oudere man en zijn vrouw stappen uit en we worden verzocht in te stappen. Ze hebben duidelijk een lange dag achter de rug en we voelen ons enorm bezwaard. Een paar minuten later arriveren we bij hen thuis en ze beginnen wat te rommelen in het huis. We hebben geen idee wat we moeten doen of zeggen. De stiltes zijn om te snijden en we kijken elkaar opgelaten aan. 

Na dertig minuten onhandig in één ruimte zijn, worden we uitgenodigd om aan tafel te zitten. Een tafel gevuld met thee en een uitgebreid kaasplankje. We kletsen, eten en voordat we het doorhebben is het 00:30 (voor ons 02:30). Tevreden kruipen we ons bed in. We zijn wél welkom en wàt een goed verhaal! 

Wander the World With Us.

Landen in de Drentse bossen, het Permanent Beta Festival

We zijn gearriveerd. In het bos. Bij een festival dat zich langzaam ontvouwt gedurende de week. Het prille begin zit er op. De tenten staan, de keuken draait op volle toeren en het kampvuur brand. Het wederzien tussen mensen vertedert. Er wordt druk gesproken, uitgewisseld en het ‘verse bloed’ - de mensen die voor het eerst bijdragen aan het festival - worden met open armen ontvangen. De sfeer is gemoedelijk en tegelijkertijd prikkelend. Een fijne combinatie tussen een vertraagd tempo en leuke bouw- en knutselklussen. De zon schijnt met prachtige lichtbanen door de bomen en ik begin langzaam mijn plek in het bos te voelen. Wat een rollercoaster, de afgelopen weken.

Wat mij op het moment vooral bijstaat is het dag zeggen van mijn dierbaren. Dat viel vies tegen. Terwijl ik diep van binnen weet dat ik de mensen in mijn omgeving bij me draag. Zodra ik mensen in mijn hart sluit, heb ik ze bij me. Altijd. Dat neemt echter niet weg dat ik ze fysiek niet meer kan vastpakken. Dat ik ze niet meer in de ogen kan kijken. Iets wat ik mij al eerder heb gerealiseerd, maar nog niet heb gevoeld. Nu wel. En dat voelt écht klote. Het voelt nu nog als een behoorlijke afstand die ik gevoelsmatig nog niet kan overbruggen. Een gevoel dat mij vertelt dat ik nog niet ben geland. Misschien ook nog even niet wil landen, omdat dat hoogstwaarschijnlijk gepaard gaat met een heleboel tranen. Niet van verdriet, maar van overgave. Loslaten. Aarden. Voelen. Omarmen. Accepteren. Zijn. 

Voor Daniel werkt dit heel anders. Los van dat hij al veel meer reizen heeft gemaakt en dus meer ervaring heeft, geeft hij zich graag direct en onvoorwaardelijk over aan het moment. Het Permanent Beta Festival dus. Het bos. Zonder moeite is hij, waar hij is. Het is net een kwispelende hond. ‘As we speak’, huppelt hij blij over terrein, ontvankelijk voor de mooie beelden die hem opvallen. Een genot om mee te maken. 

Vandaag weer een nieuwe dag en ik merk dat ik zin heb om alles wat ik meemaak en voel, écht te ervaren. 

Wander the World With Us.